Rekenvoorbeeld goingconcernwaarde en liquidatiewaarde

12433 views 0

Om wat concreter te worden volgen nu een aantal rekenvoorbeelden inzake de bedrijfsopvolgingsregeling en overlijden. Daarbij staan we ook stil bij de goingconcernwaarde en de liquidatiewaarde.

Voorbeeld 1

Een dochter, enig kind, erft van haar vader een bakkerij. Deze bakkerij heeft een goingconcernwaarde van € 900.000 en een liquidatiewaarde van € 1.400.000. De goingconcernwaarde is minder dan € 1.028.132. De goingconcernwaarde is ook lager dan de liquidatiewaarde. De dochter heeft dus recht op een vrijstelling van 100% van de liquidatiewaarde: € 1.400.000.

Voorbeeld 2

Twee broers hebben samen een timmerfabriek. Dit is een vennootschap onder firma (vof) met een goingconcernwaarde van € 1.800.000. De liquidatiewaarde is € 1.600.000. De vennoten zijn ieder gerechtigd voor de helft. De ene broer (vennoot 1) heeft ook een buitenvennootschappelijk vermogen van € 200.000. Dit buitenvennootschappelijke vermogen, een loods, wordt ingezet om de onderneming te voeren. De objectieve waarde van de onderneming is daarom € 1.800.000 + € 200.000 = € 2.000.000.

Vennoot 1 heeft € 900.000 van de goingconcernwaarde plus € 200.000 buitenvennootschappelijk vermogen = € 1.100.000.

Vennoot 2 heeft € 900.000 van de goingconcernwaarde. De goingconcernwaarde is meer dan € 1.028.132 en lager dan  de liquidatiewaarde.

De vrijstelling wordt nu als volgt berekend:

Vrijstelling van 100 % over de eerste € 1.028.132€ 1.028.132
Vrijstelling van 83% over waarde boven de € 1.028.132 (83% van € 971.868)€ 806.651
Totale vrijstelling€ 1.834.783

Stel, vennoot 2 krijgt door een erfenis of schenking het deel van de onderneming van vennoot 1 en zet de onderneming voort. De vrijstelling voor vennoot 2 is dan:

€ 1.100.000/€ 2.000.000 x € 1.834.783 = € 1.009.131

Stel, vennoot 1 krijgt door een erfenis of schenking het deel van de onderneming van vennoot 2 en zet de onderneming voort. De vrijstelling voor vennoot 1 is dan:

€ 900.000/€ 2.000.000 x € 1.834.783 = € 825.653

Deze rekenvoorbeelden en uitleg zijn ontleend aan een brochure van de Belastingdienst.

Voorbeeld 3

De B.V.’s van Frits en Ruben zijn vennoten in een VOF met een winstverdeling van ieder 50%. De B.V. van Frits bezit een bedrijfspand dat niet tot de VOF behoort. Dat vermogen wordt derhalve buitenvennootschappelijk gehouden. De waarde van de het bedrijf (VOF) is € 2.000.000. Het bedrijfspand is € 250.000 waard. De totale waarde van het bedrijf is € 2.250.000.

Frits overlijdt plotseling. De bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) wordt als volgt berekend:

Het aandeel van de B.V. van Frits in het bedrijf is 50% van € 2.000.000 = € 1.000.000 plus de waarde van zijn pand, zijnde € 250.000 = € 1.250.000.

Een bedrag van (€ 1.250.000/€ 2.250.000) X € 1.028.132 = € 571.184 is 100% vrijgesteld. Het meerdere € 678.815 is voor 83% vrijgesteld = € 563.416. De totale vrijstelling is van toepassing op € 1.134.600 (€ 514.184 + € 563.416). Uiteindelijk is de voortzetter/erfgenaam over € 116.000 erfbelasting verschuldigd.


Oriëntatiememo bedrijfsopvolging voor fiscaal juridisch advies

Welkomstbalk sluiten

Toolkit Bedrijfsopvolging

De gratis toolkit van fiscalist François van der Hoff geeft praktische informatie over het gehele proces van bedrijfsopvolging.

Inhoud:

► Overzicht met tien praktische adviezen (e-mail)

► Voorbeeld BedrijfsOpvolgingsPlan (BOP) 

► Processchema en 12-stappenplan 

► Blijf op de hoogte via de digitale nieuwsbrief

We respecteren uw privacy en zullen uw gegevens niet aan anderen verstrekken.

Het aanvragen van de toolkit is gelukt! Controleer uw e-mail inbox.