Kennisgroep standpunt Belastingdienst: BOR en preferente aandelen

14 views 0

 

In deze casus wil A een deel van zijn onderneming overdragen aan B. In het eerste jaar zet A zijn aandelen in X BV om in preferente aandelen. Tegelijkertijd ontvangt B 3 nieuwe gewone aandelen, terwijl er 7 naar C gaan. In jaar 3 geeft X BV 90 nieuwe gewone aandelen uit aan D. In jaar 4 schenkt A de helft van zijn preferente aandelen aan B. De vraag rijst of B, als verkrijger van preferente aandelen, op het moment van verkrijging minimaal 5% van het geplaatste kapitaal aan gewone aandelen moet bezitten volgens artikel 35c, vierde lid, onderdeel d, van de Successiewet 1956 (SW 1956).

Het antwoord luidt bevestigend. De verkrijger moet voldoende gewone aandelen bezitten die bij de omzetting van gewone naar preferente aandelen zijn toegekend aan een ander dan de erflater of schenker. Deze gewone aandelen moeten, op het moment van verkrijging van de preferente aandelen, ten minste 5% vertegenwoordigen van het geplaatste kapitaal van de gewone aandelen.

Landingsplatform

Concreet moet het ‘landingsplatform’ bestaan uit gewone aandelen, bij de omzetting toegekend aan een ander, ter grootte van 5% van het geplaatste kapitaal van alle gewone aandelen in de betreffende vennootschap. Deze eis wordt getoetst op het moment van verkrijging van de preferente aandelen.

Preferente aandelen vallen normaal gesproken niet onder de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) in de SW 1956, maar bij een gefaseerde bedrijfsopvolging kan dit anders zijn. Volgens de wetsgeschiedenis wordt de verkrijger van preferente aandelen beschouwd als ‘ondernemer’ als deze 5% van het geplaatste kapitaal van de gewone aandelen bezit. Dit moet gelden op het moment van verkrijging van preferente aandelen, waarbij het ‘landingsplatform’ minimaal 5% van het geplaatste kapitaal van de gewone aandelen moet omvatten.

De wetsgeschiedenis benadrukt dat de faciliteiten alleen van toepassing zijn als de preferente aandelen in het kader van een bedrijfsopvolging zijn verkregen. Vereist is dat de BV ten tijde van de uitgifte van preferente aandelen een onderneming drijft, en de verkrijger al voor 5% aandeelhouder was van de gewone aandelen in de vennootschap op het moment van verkrijging van de preferente aandelen.

Uitkomst en standpunt Belastingdienst

In de uitwerking van de casus blijkt dat B op het moment van omzetting 30% van het geplaatste kapitaal van de gewone aandelen bezit. Echter, door de uitgifte van 90 nieuwe aandelen in jaar 3 daalt dit percentage naar 3%, waardoor B niet langer als ‘ondernemer’ betrokken is bij X BV. Omdat B op het moment van de verkrijging van preferente aandelen niet voldoende ‘landingsplatform’-aandelen bezit, is de BOR niet van toepassing op de verkrijging.

Let dus op bij een schenking van preferente aandelen aan kinderen, terwijl er ook aandelen zijn uitgegeven aan bijvoorbeeld een derde investeringspartij.


Toolkit Bedrijfsopvolging

De gratis toolkit van fiscalist François van der Hoff geeft praktische informatie over het gehele proces van bedrijfsopvolging.

Inhoud:

 Overzicht met tien praktische adviezen (e-mail)

 Voorbeeld BedrijfsOpvolgingsPlan (BOP) 

 Processchema en 12-stappenplan 

 Blijf op de hoogte via de digitale nieuwsbrief

We respecteren uw privacy en zullen uw gegevens niet aan anderen verstrekken.

Het aanvragen van de toolkit is gelukt! Controleer uw e-mail inbox.